Patrick Joseph Cowley wordt geboren op 19 oktober 1950 in Buffalo maar groeit op in New York. Patrick is de 2e in rij. De oudste is James, dan Patrick, dan Mariellen en als laatste Madonna (geen relatie met de zangeres Madonna). Zijn vader heet Kenneth, z'n moeder Ellen (overleden in 1983), z'n grootvader heet Bernard Cowley.

In New York speelt hij in verschillende bandjes. Hij speelt gitaar en keyboard, en studeert Engels aan de Buffalo University. In 1971, als hij 21 is, verhuist hij naar San Francisco waar hij Synthesizer gaat studeren aan de City College van San Francisco onder leiding van Jerry Mueller, eerst in zijn kelder totdat er een zaal vrijkomt in het college.

 

Op dat moment zijn er 3 merken synthesizers beschikbaar, Moog, de meest bekende die erg duur was, de Buchla die ook erg duur was en de Engelse Putney die relatief goedkoop was. Vanzelfsprekend kochten ze dus een Putney, deze had een pin-matrix in plaats van patch-kabels maar werkte wonderlijk goed. Later gingen ze over op een E-mu en daarna op een Serge.

Links de E-mu synthesizer, waar Patrick zo rond 1973 op speelde. Rechts een Serge. Geen idee of dit het model is wat men daar indertijd gebruikte.

E-Mu bestaat trouwens nog steeds, zie www.emu.com

 

 

 

Patrick is op een gegeven moment aangenomen als licht-technicus bij de meest belangrijke homo disco-club van San Francisco, de City. Daar treden Sylvester en zijn band regelmatig op. Sylvester James was een homo-ster & travestiet. Voordat hij naar San Francisco kwam zong hij o.a. in kerkkoren, wat een goede training was voor z'n stem. Ook is hij kapper geweest en heeft hij bij een museum gewerkt. Ook heeft hij gewerkt met "Two tons of fun", Martha Wash en Izora Rodhes die later bekend werden als de Weather Girls (grootste hit "It's raining men").

Patrick heeft lang geheim gehouden dat hij ook muziek maakte en daar had dus niemand een idee van. Op een moment in 1978 heeft Patrick Sylvester en zijn band wat tapes laten horen en ze stonden verbaasd van de innovatieve sound. Het was op dat moment dat Sylvester interesse kreeg om synthesizers te verwerken in hun Rhythm en blues muziek. Ze namen Patrick aan die vanaf dat moment meeging op tours door Europa en Zuid-Amerika. Sylvester werkte op dat moment aan z'n tweede album met James 'Tip' Wirrick. James en Patrick waren buren en sinds enige tijd goede vrienden.

 

Patricks sound met analoge synthesizers, gemodificeerde gitaren, electronische instrumenten en zelfgemaakte apparatuur werd het geluid van Sylvester, wat resulteerde in hits als “You Make Me Feel (Mighty Real)”, “Dance Disco Heat” en “Can’t Stop Dancing”. Samen zorgden ze voor de LP Step 2 die zorgde voor internationale bekendheid voor Sylvester en een gouden plaat in de USA (meer dan 500.000 platen).

Op de linkerfoto zie je Patrick in 't Colosseum in Rome tijdens een tour met Sylvester, rechts zie je ze beiden in de studio tijdens de opname van Do you wanna funk.

 

Vele hits van Patrick, zoals Menergy, I wanna take you home en Right on Target, zijn opgenomen op een Teac 8 sporen bandrecorder. Hij zorgde er dan ook voor dat z'n werk op 8 sporen paste, een werkje dat vaak uren tijd kostte. Als dat niet lukte gebruikte hij 6 kanalen, mixte deze op de 2 overgebleven kanalen, en ging weer door met de dan lege kanalen. Rechts de 'Prophet V' synthesizer, het apparaat waarmee Patrick de meeste van z'n muziek maakte.

 

Patricks "home studio" was in een loods. Nadat je binnenkwam, kwam je in een ruimte waar overal kabels liepen, met isolatiemateriaal tegen de muren voor de geluidsisolatie. Vanzelfsprekend waren er ook een mengtafel en taperecorders. De robotstemmen kwamen uit een effect-apparaat en werden opgenomen in de Prophet V synthesizer, waardoor hij ermee kon spelen. Ook had hij een drumcomputer. Wonderlijk genoeg kwamen die mooie producties voor 't grootste deel dus enkel uit die Prophet V en een drumcomputer.

 

In de jaren '70 was John Hedges DJ bij een club genaamd Mind Shaft. Op een avond luisterde hij naar George McGrae's Rock your baby. Hij vond de plaat goed maar te kort, en vond een manier om 'm langer te maken, hij mixte 'm en maakte hem dansbaarder. John kende ene Marty (Martin Sander) Bleckman die nog bij Revlon (de bekende cosmetica-firma) heeft gewerkt. Samen met een stel vrienden verhuisden ze naar San Francisco...
 

 

Ook al was hij aan het touren met Sylvester, Patrick bleef contact houden met de disco scene van San Francisco en richtte met Marty in de zomer van 1981 Megatone records op, waarvan het kantoor werd gevestigd op Castro Street 470, Suite 3209. In die tijd begon Marty ook als DJ bij de City disco. Patrick en Marty begonnen met opnemen in Studio C van de Automatt Recording Studios aan Folsom Street 829.

 

Links Marty, Sylvester en John Hedges, rechts het kantoor van Megatone records.

 

De Automatt had 3 opnamestudios. Eigenaar was David Rubinson, studiomanager was Michelle Zarin. Studio C was op de 1e verdieping. Het was een grote studio die voorzien was van goede apparatuur. Technici waren Maureen Droney en Ken Kessie. Ken nam de meeste producties op en mixte ze ook. De opnamen duurden zo'n 3 dagen, het afmixen 1 dag. Vanzelfsprekend was Mind Warp de lastigste, aangezien Patrick toen al erg zwak was vanwege z'n ziekte. Deze legendarische studio waarin de Megatron Man en Mind Warp albums zijn opgenomen is afgebroken in 1984.

 

Twee foto's van Automatt studio C.

 

In 1978 maakte Patrick een 15 minuut 45 seconde lange remix van I Feel Love van Donna Summer. De 1977 versie van 8 minuten was gemaakt door Giorgio Moroder. Deze is in 1981 op plaat uitgebracht en werd indertijd en nu nog steeds gezien als een standaardwerk. Z'n eerste hit was Menergy, het kwam in oktober 1981 aan de top van de hitparade in de Verenigde Staten. Ze kwamen eerst op de markt bij Fusion Records, met Marty Bleckman als producer, en later bij Megatone records.

Aanrader is ook het nummer Teen Planet, dit is de enige plaat waarin zijn stem onbewerkt te horen is.

 

 

Van links naar rechts: Frank's broer, Frank Loverde, Michael Finden, Linda Imperial en Don Miley.

Ook ontmoette hij Frank Loverde bij de City Disco, waarvoor hij Die Hard Lover componeerde, gereleased door Moby Dick records. Als dank heeft Moby Dick Records ook nog een versie opgenomen met als zangeres Linda Imperial.

Van links naar rechts: Michael Finden, Frank Loverde, Linda Imperial, James Tip Wirrick en Patrick Cowley in San Francisco.

 

Originele schildering van Megatron Man door Dean Motter.

Met hulp van Marty Bleckman schreef hij de hitsingle Megatron Man, de basis voor de gelijknamige LP die uitkwam in maart 1982. Heel de LP werd s'nachts gemaakt, om 10 uur s'avonds begonnen ze tot zo'n 4 uur in de nacht.
 


Jo-Carol Block,

helaas overleden in 2003

Patrick maakte vanzelfsprekend ook gebruik van zangeressen. Dit waren Lauren Carter , Jo-Carol Block en Carol McMackin. Jo-Carol, geboren op 13 mei 1956 was 25 toen ze Patrick leerde kennen. Ze woonde toen een paar jaar in San Francisco. Ze kende Lauren en Carol van een jazz acapella groep genaamd Acapella Gold, waarin ook 3 mannen zaten. Een van hen was Michael Finden, die ook speelde in de band van Sylvester. Michael nam ze mee naar Patricks studio en met z'n vieren zongen ze Menergy. De 3 dames zongen ook alle nummers op de LP's Megatron man en Mind Warp.

Patrick vond 't heerlijk om ze te horen zingen. Hij stak een joint op, ze namen allen een paar trekjes en ze zongen de sterren van de hemel.

v.l.n.r.: Carol McMacken, Lauren Carter en Jo-Carol Block in 1982

 

Wat was Patrick voor mens?

Hij was knap en jeugdig, vrij kort en blond, had altijd een snor en soms een lichte baard. Hij droeg graag leren motorjassen, een spijkerbroek en witte sportschoenen. Hij was sociaal en geïnteresseerd in mensen. Hij was onderhoudend, rebels en een leider, hij schepte niet op alhoewel hij wel af en toe sterke verhalen vertelde. Niet om te laten zien hoe goed hij was maar omdat het een grappig verhaal was.

Patrick heeft nooit een langdurige relatie gehad, er was altijd wel een speciaal iemand in z'n leven maar muziek was daarbij meestal een belangrijk element.

Hij was een stil persoon. Hij was een gedreven en creatieve workaholic, maar vol van inspiratie raakte hij vaak uitgeput. Geen vooroordelen, getalenteerd en zacht, zeer gedreven door muziek. Hij had niet echt een sociaal leven. Hij was weg van muziek, ook buitenlandse muziek die je in Amerika niet hoorde. Hij leefde voor de muziek. Dat was wellicht ook wel de reden dat hij ziek is geworden. Hij was constant in de studio en kwam er pas uit als er niets meer te doen was.

 

Paul Parker zingt 'Right On Target' in The Saint. (New York 1982).

Paul Parker!

Patrick woonde in "Castro" een wijk in San Francisco die groeide tot een Homo-mecca. Hij ontmoette Paul Marion Parker door een gemeenschappelijke vriend. Paul had 2 nummers die een andere vriend had gecomponeerd. Patrick nodigde hem uit in z'n studio om een paar nummers die hij had geschreven te proberen en ze werden vrijwel gelijk vrienden. Paul, geboren in 1952 in San Francisco werkte als verhuizer, vrachtwagenchauffeur en allerlei andere baantjes. Hij was net gestopt met de band waar hij in zat toen hij Patrick ontmoette. beiden droegen kort haar, snorren, spijkerbroek, werkschoenen en t-shirts, niet om op elkaar te lijken maar omdat het het goedkoopste en comfortabelste van die tijd was. Ze kochten bijna alles in leger-dumpshops.

Patrick & Paul Parker.

Paul Parker in 1982

Wat zeker een hoogtepunt in Pauls carriere moet zijn geweest was Right on Target, een nummer geschreven en geproduceerd door Patrick dat de top haalde in Billboards Hot 100 op 31 juli 1982, en daar ook 2 weken bleef staan, amper 5 maanden hierna gebeurde hetzelfde met Megatron man. Paul had de muziek al een tijdje klaar en had ook al delen van de tekst. In die tijd waren ze wat uit elkaar gegroeid, Paul was verhuisd en had een vaste baan en had het idee van een zangcarriere eigenlijk al opgegeven. Toch kon Patrick hem overhalen om langs te komen en Paul zong wat uit de vrije hand. Een paar weken later zong hij het nummer in een lokale bar. Die avond realiseerde hij zich hoe Right on Target afgemaakt moest worden en ging naar Patricks studio om opnieuw te zingen. Dit was zelfs 1 van de eerste nummers die klaar was, nog voor Menergy en Wanna Take You Home. Het gaf Patrick en Paul het idee hoe een nummer, de tekst en melodie te schrijven.

Jo-Carol Block, Lauren Carter en Paul Parker live optredend in San Francisco.

 

Het einde.......

 

Patrick verliet de band van Sylvester omdat hij ziek was en omdat hij niet tegen het touren kon. Ook een reden was dat hij z'n eigen producties wilde maken. Sylvester had hem laten gaan na afloop van de Engelse Mighty Real tour, met het idee dat synths uit waren en dat Rhythm en Blues de nieuwe richting was. Patrick had hij dus niet meer nodig.

Toen Sylvester brak met Fantasy records (die van hem af wilden vanwege zijn homo imago) kwam hij weer samen met Patrick. Het zou echter geen slechte keus zijn voor Sylvester om weer te gaan werken met zijn oude vrienden, Patrick Cowley en Marty Bleckman bij Megatone records.

Op een avond organiseerde Marty een feestje waar Patrick een lang gesprek had met een vriend Danny Williams die op dat moment werkte bij het medisch centrum van de universiteit van Californie in San Francisco. Patrick zag er slecht uit en Danny, bezorgd om hem, haalde hem over om bij een specialist van het medisch centrum langs te gaan, wat hij deed. Op dat moment was de ziekte Aids onbekend. Hij werd ziek in Zuid-Amerika en men dacht dat dat door het eten daar kwam.

Patrick had een mysterieuze onbekende ziekte. Dokters konden geen hen bekende ziekte vinden. Wellicht parasieten opgelopen door eten of een psychosomatische ziekte. Ze verzorgden hem en gaven hem medicijnen tegen longontsteking.

Marty zorgde ervoor dat Patrick werd opgenomen in het UC medisch centrum in november 1981, precies op 't moment dat zijn album omhoog schoot in de top 10 van Billboard. Op oudjaarsavond is hij naar de intensive care gebracht. Zijn familie kwam naar San Francisco en het ergste werd gevreesd vanwege zijn slechte conditie. Een korte tijd later was Sylvester klaar met touren en kwam naar het ziekenhuis. Vrienden vroegen hem om Patrick alles te vertellen en te beloven om hem maar hoop of een reden tot leven te geven. Patrick vroeg hen om hem te laren sterven en zijn vader freakte omdat ze, zijn vrienden, dit aan Sylvester vroegen.

 

Ken Crivello and Paul Parker, welke Patrick verzorgden in 1982.

Paul Parker

 
Op miraculeuze wijze kwam hij er weer bovenop. Hij ging naar het huis van Ken Crivello and Paul Parker om bij te komen. Het was een moeilijke tijd. Paul werkte in een ziekenhuis op een kankerafdeling. Andere vrienden wilden hem niet meer zien. AIDS was zo onbekend en men was bang dat het zo besmettelijk was als een verkoudheid. Paul en Ken lieten hem niet vallen, droegen hem 72 treden op en verpleegden hem een maand lang. Hierna kwam hij nog wel eens bij ze langs, maar hij was zo zwak geworden dat Paul hem de trap op moest dragen op z'n rug als hij langs kwam.

 

Na een tijdje was Patrick weer aardig op de been, ging met Sylvester en een budget van $500 de studio in en namen de all time dance classic Do You Wanna Funk op. Sylvester raakte uit de bekendheid, maar door deze plaat schoot hij weer omhoog in bekendheid.

Alhoewel hij altijd opgewekt en vrolijk was zagen zijn vrienden hem zwakker worden en het leven uit hem verdwijnen. Hij klaagde nooit en maakte zijn kunstwerkjes tot het einde. Hij ging in de studio werken en maakte grappen over zijn ziekenhuisverblijf. Hij maakte zelfs grappen over de pijn die hij leed, hij kon niet te lang zitten omdat hij zo dun was geworden dat zijn botten erg dicht onder z'n vel zaten, maar hij lachte erom in plaats van te klagen.



Patrick bereikte de top van zijn roem tegelijkertijd met de top van zijn ziekte met het uitkomen van Mind Warp, een LP vol speciale effecten. Het zou zijn laatste LP worden, gemaakt door Patrick in een rolstoel. "Mind Warp", het album van de dood zoals zijn vrienden het noemden. Er werkten vele mensen aan mee, waaronder Michael Bailey (mix-technicus), Jo-Carol Black , Lauren Carter & Paul Parker (zang), Peter & Mary Buffet, John Hedges, Jeff Mehl & Jim Saunders (koor), David Frazier (drums), Tip Wirrick (Gitaar), Maureen Droney & Gordon Lyon (technici), Ken Kessie (technicus en mixage), Marty Bleckman (mix & productie). Ze begonnen s'morgens vroeg tot zo'n 11 uur, de tijd dat Maureen weg moest.

Megatone bracht Mind Warp uit en Marty en zijn vrienden brachten een hommage aan Patrick in het Galleria Design center (101 Henry Adam Street) met de presentatie van de LP. Patrick was zo ziek dat hij niet kon komen. Mensen uit z'n medisch team zetten hem in een rolstoel en ontvoerden hem uit het ziekenhuis zodat hij erbij kon zijn. En daar, op een balkon, ziek en zwak en op momenten afwezig, was hij bij het gigantische feest wat beneden hem aan de gang was, een feest dat plaatsvond vanwege zijn muzikale genialiteit...

Ongeveer een maand voordat Patrick zou overlijden, belde Paul Parker hem uit de Saint Club in New York. Op dat moment was de Saint DE homo-club. Hij had de avond tevoren "Right on Target" en "Pushing too Hard" gezongen en belde hem hoe geweldig het was geweest. 5000 mensen in een afgeladen disco, Paul startte om 5:30, het was een van de beste optredens die Paul ooit had gedaan. Patrick was zwak maar zei "Well, I guess you're launched". Paul ging terug naar huis, en een maand later was Patrick dood. Het was een dubbel gevoel: het begin van de top van Pauls carriere kwam gelijk met het einde van Patrick.

Patrick overleed op 12 november 1982 op 32-jarige leeftijd. Een maand later was er een ceremonie ter nagedachtenis aan hem. Paul Parker en Ken Crivello hadden al een afspraak in New York, waar Paul zou zingen op een AT&T conventie. Zodoende kon Paul niet bij de ceremonie zijn, wat irritatie opwekte bij mensen van Megatone. Ken verklaarde later dat Patrick zeker had gewild dat Paul was gegaan. Patricks muziek laten horen aan al die machtige zakenmensen was een mooi gebaar ter nagedachtenis.


Quote van Ken Crivello: "On the last day of Patrick's life I came over and found his nurse talking on the phone and smoking a cigarette. I blew up at her because one thing Patrick would never allow was smoking in his home. I yelled at her, and told her never to do it again. When I finally went in to see Patrick there was water welling up in his eyes, but he couldn't talk at that point. By the time, I got home from his house, they called and said he was gone. "

 

Op 16 december 1988 overleed Sylvesterop 41-jarige leeftijd aan de gevolgen van Aids. In 1990 overleed Frank Loverde.

Ook in 1990 bracht Marty Bleckman het "Patrick Cowley Collection" album uit, opgedragen aan Patrick. Een boodschap aan zijn vriend en partner stond op de cover. Marty bleef Megatone leiden tot zijn dood op 20 september 1991, ook door AIDS. David Diebold ging door met Megatone, maar hij kreeg het AIDS-virus ook. Terrence Brown nam het over en verhuisde het bedrijf in 1994 naar Hollywood "omdat iedereen overleed" maar ook Brown overleed aan AIDS.

 
John Hedges ging door met Megatone records, dat hij op een moment moest verkopen vanwege zijn eigen hoge kosten veroorzaakt door HIV. John kreeg de Billboard’s First Best Disco DJ award in 1976. Zijn partner op dat moment was Marty Bleckman.


Megatone werd na een dreigend faillissement overgenomen door het Canadese Unidisc. Eind jaren 80 had AIDS de disco gemeenschap van San Francisco verwoest, met Patrick als een van de eerste slachtoffers.